Wat is het verschil tussen regenwormen en compostwormen

Wat is het verschil tussen een regenworm en een compostworm
Wat is het verschil tussen een regenworm en een compostworm

Soms wordt de naam regenworm als verzamelnaam gebruikt voor allerlei wormsoorten. Een compostworm is een regenworm. Maar een regenworm is niet altijd een compostworm.

Hoeveel verschillende soorten regenwormen zijn er?

Wist je dat er wel meer dan duizend, en misschien wel 7000 verschillende soorten regenwormen zijn? In Nederland alleen al zijn minstens 30 maar misschien wel 150 verschillende soorten.

 

Strooiselwormen, bodemwoelers en pendelaars

Regenwormen worden ook wel ingedeeld in drie groepen, afhankelijk van hun gedrag hebben we het over strooiselwormen of mestwormen, bodemwoelers of grauwe wormen en pendelaars of diepgravers. In een wormenbak wil je vooral strooiselwormen hebben.

Strooiselwormen (epigeïsche wormen)

Strooiselwormen leven in de bovenste laag van de grond en houden ervan om dingen te eten zoals blaadjes, takjes en mest. Ze zijn heel belangrijk voor de bodem, omdat ze het afval omzetten in voeding voor planten. Je vindt ze vaak onder of tussen een hoop rottende bladeren. Ook leven ze in mesthopen, vandaar dat ze ook vaak mestwormen worden genoemd.

Strooiselwormen zijn vaak wat dunner en minder gespierd. En meestal gepigmenteerd (rood) omdat ze ook regelmatig boven de grond komen.

De term “epige├»sch” komt van het Griekse woord “epi”, wat “op” of “boven” betekent, en “ge” wat “aarde” betekent. Het verwijst naar regenwormen die zich voornamelijk ophouden in de bovenste lagen van de bodem.

De meest voorkomende strooiselwormen in Nederland zijn:

  1. Roodbruine regenworm (Lumbricus rubellus) – De roodbruine regenworm heeft een lengte van ongeveer 10 tot 15 centimeter en heeft een roodbruine kleur. Ze hebben een dun en cilindrisch lichaam en een duidelijk aanwezig clitellum. De roodbruine regenworm komt voor in verschillende habitats, zoals bossen, graslanden en akkers.
  2. Tijgerworm (Eisenia fetida) – De tijgerworm is een kleinere soort regenworm, met een lengte van ongeveer 4 tot 5 centimeter. Ze hebben een roodachtige kleur met duidelijke segmenten en gele strepen, en een duidelijk aanwezig clitellum. De tijgerworm komt vaak voor in composthopen, tuinbedden en akkers.
  3. Rode tijgerworm, (Eisenia Hortensis), ook wel bekend als de Dendrobena veneta. Deze regenworm is inheems in Europa en wordt vaak gebruikt als aasworm voor de visserij, maar wordt ook gekweekt voor vermicompostering. Hij lijkt erg op de Eisenia Fetida, maar is gespierder en heeft geen gele strepen. Deze worm is sterk genoeg om ook gangen te graven en is gedeeltelijk ook een bodemwoeler.

Bodemwoelers of grauwe wormen (endogene wormen)

De tweede soort regenwormen heet de bodemwoeler of grauwe worm. Deze wormen graven horizontale tunnels in de grond en eten aarde, waaronder de poep van andere wormen. Hierdoor wordt de bodem luchtiger en kunnen water en zuurstof beter doordringen. Dat is goed voor de planten, want die hebben die dingen nodig om te groeien.

Ze komen vrijwel nooit in contact met daglicht en hebben daarom geen pigment. Ze zijn grauw grijzig. En wat gespierder vanwege het graafwerk dat ze moeten verzetten.

De term “endogeen” komt van het Griekse woord “endo”, wat “binnen” betekent, en “ge” wat “aarde” betekent. Het verwijst naar regenwormen die voornamelijk in de bodem leven en zich voeden met bodemdeeltjes, organisch materiaal en micro-organismen die in de bodem leven. Deze wormen spelen een belangrijke rol bij het verbeteren van de bodemstructuur en -gezondheid en zijn een belangrijk onderdeel van het bodemecosysteem.

De twee meest voorkomende endogene regenwormen in Nederland zijn:

  1. Gewone grauwe regenworm of nachtworm (Aporrectodea caliginosa) – De gewone regenworm heeft een lengte van ongeveer 10 centimeter en heeft een lichtbruine tot grauwgrijze kleur. Ze hebben een dun en cilindrisch lichaam en een duidelijk aanwezig segment, de clitellum, dat bij voortplanting betrokken is. De gewone regenworm komt vaak ‘s nachts naar boven om zich te voeden en te paren.
  2. Groene regenworm (Allolobophora chlorotica) – Deze regenworm leeft ook dieper in de bodem en kan worden gevonden tot op een diepte van ongeveer 50 cm. De Allolobophora chlorotica is groenbruin van kleur en kan tot 10 centimeter lang worden.

 

Diepgravers of pendelaars (anecische wormen)

De diepgraver (of pendelaar) is de grootste en sterkste regenworm. Ze graven heel diepe tunnels, soms wel tot 3 meter diep! Hierdoor wordt de grond beter belucht en kan water makkelijker wegstromen. Net als strooiselwormen eten ze organisch afval (blaadjes, mest, takjes). Ze trekken dit afval mee naar beneden en poepen het daar weer uit. In een wormenbak voelen ze zich niet thuis, omdat ze daarin geen gangen naar beneden kunnen graven

Anecische betekent ‘omhoog gericht’ of ‘boven de bodem levend’. anecische wormen zijn vaak rood omdat ze in contact komen met daglicht. En gespierd en groot, omdat ze lange diepe gangen moeten kunnen graven.

De twee meest voorkomende anecische regenwormen in Nederland zijn:

  1. Lumbricus terrestris (Pendelaar of dauwpier) – Deze regenworm kan tot wel 30 centimeter lang worden en heeft een donkerrode tot bruine kleur met een duidelijke lichtere band op het gebied van de clitellum (het verdikte, gepaarde segment dat bij voortplanting betrokken is). Hij heeft een wat bredere, platte, lichtere staart. De pendelaar graaft diepe, verticale tunnels in de grond.
  2. Aporrectodea longa (Langpootworm) – Deze regenworm kan tot 10 centimeter lang worden en heeft een bruinachtige kleur. De langpootworm heeft een dun en langwerpig lichaam en graaft tunnels tot op een diepte van ongeveer 1 meter.

In ene gezonde bodem heb je een mix van deze drie verschillende soorten regenwormen: strooiselwormen, bodemwoelers en diepgravers.

Op waarneming.nl zie je afbeeldingen van diverse wormen die in nederland worden waargenomen. Je kunt hier ook je eigen vondst uploaden en laten herkennen.

Hoe herken ik verschillende regenwormen?

Met de herkenningskaart kun je de belangrijkste wormen leren herkennen: de Lumbricus terrestris (dauwpier), de Lumbricus rubellus(roodbruine regenworm), de Aporrectodea calignosa (grauwe regenworm) en de Allolobophora chlorotica (groene regenworm).

Met de uitgebreidere determinatiekaart kun je nog veel meer soorten wormen herkennen.

Op waarneming.nl kun je zien wat er waar aan regenwormen gevonden wordt. Je kunt ook je eigen vondst aanmelden en laten determineren.

Bron: bodemacademie.nl, Gaiabodem.nl,

Lees meer in de kennisbank 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *